zoeken
foto actie

Moeder-en-kind Casa Lumina

Een goede moeder zijn

Sinds 1996 zet Olga van Lavieren (zie ook: Geschiedenis) zich met een Roemeens team in voor jongeren die op straat leven. Deze kinderen van toen wonen nu met hun kinderen vaak in een huisje zonder goede sanitaire voorzieningen. Voor moeders met jonge kinderen is er het moeder-kindprogramma. Wij willen ervoor zorgen, dat de moeders de pijn uit hun verleden niet overdragen op hun kinderen. Dat zij leren een goede moeder te zijn. Het programma bestaat uit:

  • het openen van het Woord van God, zingen en bidden met elkaar;
  • themalessen over onder meer hygiëne en opvoeding;
  • het oefenen van praktische vaardigheden zoals het in bad doen van de baby;
  • het delen van vragen en problemen met lotgenoten;
  • een gezonde maaltijd tijdens het programma;
  • het ondersteunen van de moeder in haar thuissituatie;
  • het bieden van pastorale hulp aan het gezin.

Monica

‘Ik groeide op in een kindertehuis. Op achttienjarige leeftijd kwam ik op straat terecht. Daar leerde ik overleven. Als meisje was het niet veilig op straat. Ik was bang en eenzaam. Ik deed alles om aan geld te komen. Veel mensen deden mij kwaad. Mijn hart zat vol haat en pijn. Maar God zag in zijn grote liefde naar mij om. In het sociaal centrum kreeg ik de hulp en de begeleiding die ik nodig had. Nu heb ik zelfs een baan in het sociaal centrum. Ik mag nu weer aan moeders vertellen, dat God van hen houdt. Dat Hij hun hart wil genezen van angst, wantrouwen en haat.’

Sinds 1996 zet Olga van Lavieren (zie ook: Geschiedenis) zich met een Roemeens team in voor jongeren die op straat leven. Deze kinderen van toen wonen nu met hun kinderen vaak in een huisje zonder goede sanitaire voorzieningen. Voor moeders met jonge kinderen is er het moeder-kindprogramma. Wij willen ervoor zorgen, dat de moeders de pijn uit hun verleden niet overdragen op hun kinderen. Dat zij leren een goede moeder te zijn. Het programma bestaat uit:

het openen van het Woord van God, zingen en bidden met elkaar;

themalessen over onder meer hygiëne en opvoeding;

het oefenen van praktische vaardigheden zoals het in bad doen van de baby;

het delen van vragen en problemen met lotgenoten;

een gezonde maaltijd tijdens het programma;

het ondersteunen van de moeder in haar thuissituatie;

het bieden van pastorale hulp aan het gezin.

Monica

Ik groeide op in een kindertehuis. Op achttienjarige leeftijd kwam ik op straat terecht. Daar leerde ik overleven. Als meisje was het niet veilig op straat. Ik was bang en eenzaam. Ik deed alles om aan geld te komen. Veel mensen deden mij kwaad. Mijn hart zat vol haat en pijn. Maar God zag in zijn grote liefde naar mij om. In het sociaal centrum kreeg ik de hulp en de begeleiding die ik nodig had. Nu heb ik zelfs een baan in het sociaal centrum. Ik mag nu weer aan moeders vertellen, dat God van hen houdt. Dat Hij hun hart wil genezen van angst, wantrouwen en haat.’