zoeken
actie

Reisverslag van de zomerreis naar de Oekraïne in 2012

Door: Linda van Klaveren
Augustus 2012

Een week na terugkomst is het nog steeds wennen aan het georganiseerde Nederland. Met een groep van zeven dames zijn we een kleine drie weken ondergedompeld geweest in het leven in de Oekraïne. We hebben de culturele verschillen van dichtbij meegemaakt.

Ons doel was om ons in twee ziekenhuizen te bekommeren om tientallen kleine kinderen, waar bijna niemand naar om kijkt. En we hebben ontdekt hoe belangrijk, de voor ons vaak zo vanzelfsprekende, liefde en aandacht is.

Maandagmorgen 9 juli om zeven uur verzamelden we op vliegveld Eindhoven, zeiden onze geliefden gedag en stapten in het vliegtuig naar Hongarije.

Vanaf Boedapest reisden we verder met een mini-bus richting de Oekraïne. Het land dat nog voor de meesten van ons een nog onbekende bestemming was. We passeerden vol spanning de grens. Maanden van voorbereiding gingen aan deze reis vooraf. De achterban was gemobiliseerd en velen hadden bijgedragen in de vorm van van kleding, speelgoed, verzorgingsprodukten en/of financiële middelen. De koffers waren loodzwaar en propvol. Een droom die uitkwam. Zeven bewogen harten, die om wilden zien naar zulke jonge levens, die geen andere grens kenden dan de spijlen van hun bedjes.

Rond het avonduur kwamen we aan in Beregowo. Hier splitste de groep zich in tweeën. Drie bleven achter in de Ark en vier, waaronder ikzelf, reisden door naar Vinogradiv. Tijdens deze reis van een kleine 40 kilometer, namen we het nieuwe land in ons op. We passeerden kleine huisjes en grote villa’s. Paard-en-wagens en dure auto’s. De tegenstellingen waren groot. De weg waar we over reden was slecht, net een lappendeken vol gaten. De mensen die we zagen lopen, leken in zichzelf gekeerd en afstandelijk. We kwamen door verschillende dorpjes en zagen overal groente- en fruitstalletjes langs de kant van de weg. Deze dorpsbewoners probeerden om iets extra’s bij te verdienen en zo het leven iets aangenamer te maken. Terwijl we daar reden, voelde ik mijn hart open en dicht gaan.

We waren blij toen we bij het gastenverblijf in Vinogradiv aankwamen. Het einde van een lange dag reizen. We werden begroet door Clara, een lieve en opgewekte dame, die ons alle dagen na het werk opwachtte met een heerlijke warme maaltijd. We maakten het niet laat die avond. De volgende morgen ging om zes uur de wekker. Het was zover. Onze eerste werkdag. De zon scheen al flink en het beloofde een warme dag te worden.

Beide groepen, in Beregowo en in Vinogradiv, werden begeleid door de ter plaatse  aanwezige lange-termijnwerkers. En wij, als Vino-groep, stonden onder leiding van Reina. En we hadden al heel wat vragen op haar afgevuurd, zodat we van te voren al een idee kregen van wat we konden verwachten. En natuurlijk wat er van ons verwacht werd. Het was heel bijzonder om voor de eerste keer naar het ziekenhuis te wandelen en de omgeving in ons op te nemen.

Op de kinderafdeling gekomen, werden we voorgesteld aan het personeel. En vervolgens nam Reina ons mee de kinderen langs. De afdeling bestond uit een aantal zaaltjes waar een stuk of vijf bedjes stonden. In totaal waren er ongeveer 13 kinderen.

In het laatste zaaltje pakte een kleine baby mijn vinger vast. En terwijl Reina zei dat we aan mochten geven voor welke kinderen we wilden zorgen, wist ik dat ik niet zelf hoefde te kiezen. Ik was al gekozen. Ik had dus de vier maanden oude Micola ontmoet. En even later zei ik zijn drie maanden oude kamergenootje, Ismaïl, gedag. Alleen achtergebleven begon ik de verschillende verzorgingsspulletjes, die ik van thuis had meegenomen, uit te stallen. Ik gaf Micola en Ismaïl een door Reina meegegeven schone Pamper. Het ziekenhuis voorziet alleen in katoenen luiers en iedere dag namen we onze eigen luiers mee. Rond half elf kwam er een zuster met twee flessen. Ik had Ismaïl in mijn armen en gaf hem de fles. Micola kreeg de fles in bed van de zuster. Nadat ook de andere kinderen gevoed waren, hadden we pauze. Terug in ‘mijn’ zaaltje, ontdekte ik dat Ismaïl zijn bedje bevuild had. Snel gaf ik hem een schone luier, maar zijn bedje bleef vies. Ochtenden lang controleerde ik of hij schoon beddengoed had. Maar hij moest wachten tot maandag, de dag dat alle bedjes verschoond werden.

Ismaïl, hij raakte me diep van binnen. Bang en afwerend keek hij mij aan.
Micola, een mooi mannetje met onwillig haar. Hoe ik ook mijn best deed, hij wilde me niet aankijken.
En ik hield ze vast, ik zong voor ze en ik bracht ze in gebed bij de Vader.

Op de tweede dag, werd er een nieuwe baby de kamer binnen geschoven. Bij het verschonen bleek het een jongetje te zijn. Zijn billetjes waren rood en kapot. Helaas neemt het personeel het verschonen niet zo nauw. Hij was twee maanden oud. En met handen en voeten vroeg ik aan het personeel naar zijn naam. Yureck. Dat beaamde ook de oudere dame die hem met grote regelmaat kwam op zoeken.

’s Avonds ging ik in mijn koffer op zoek naar de kleertjes die ik van familie en vrienden had meegekregen. Vanwege de warmte waren het vooral de rompertjes geschikt om mee te nemen. De volgende dag had ik een prachtdag, toen ik de kindjes zag in de kleertjes van mijn eigen neefjes. Later kregen we ook toegang tot de dozen van twee groepsgenoten. Iedere dag namen we kleertjes mee voor de kinderen. Ook kochten we speelgoed, omdat de kinderen niets hadden om zich mee te vermaken.

Op donderdag werd er door het personeel veel stampij gemaakt en al snel had ik door waarom. Ik mocht een nieuwe gast verwelkomen, een klein en teer jongetje van vijf maanden. Maar voordat ik ‘hallo’ kon zeggen, werd er een stoel naar binnen geschoven. Daar bovenop werd een bad gezet. En een dame begonnen met pannen water het badje te vullen. Het kind werd niet zachtzinnig in bad gestopt, grondig geboend en afgedroogd. Tijdens het afdrogen bleek dat één keer in bad niet genoeg was en het hele ritueel met werd herhaald. Dat was ook de eerste en laatste keer, dat ik in die drie weken een bad in mijn zaaltje heb gezien. Arme Olekci. Hij had een groot litteken overdwars op zijn buik, hechtingen in beide bovenarmen en een half geschoren hoofdje. Kort na de badscène, kwam hij bij de dokter vandaan met een infuus in zijn armpje. Hij zag er zo fragiel uit. Pas de week erna, toen hij wat was aangesterkt, durfde ik hem op schoot te nemen.

Op maandag in de tweede week, maakte ik kennis met, wat we gekscherend, de luierbrigade noemden. Vanuit het niets stoven een stuk of vier, vijf dames de kamer binnen en in no-time waren de baby’s en bedjes verschoond. Er kwam toestemming om tegenover mijn zaaltje een speelhoek in te richten. Er werden twee matrassen met dekens op de grond gelegd. En de kinderen kregen hier de gelegenheid om lekker te spelen en andere kinderen te ontmoeten.

Ik genoot van Ismaïl, hij was zo’n lief schatje. Inmiddels lachtte hij ook naar me met zijn mooie bruine ogen. Op een andere manier genoot ik ook van Micola, het kleine driftkikkertje, die mijn hart gestolen had. Maar het deed me verdriet, dat hij nog steeds van me wegkeek, niet brabbelde en niet wilde lachen.

Op donderdag in de tweede week, stapte ik ’s morgens mijn zaaltje binnen. En… Ismaïl’s bedje was leeg. Ik stond perplex. Zo kan het dus gaan. Die dag had ik wel tijd nodig om er aan te wennen dat dit lieve mannetje naar huis was. Maar om iets goed te maken, dronk Micola keurig zijn fles leeg, viel in mijn armen in slaap en zette het niet op een brullen toen ik hem in zijn bedje legde. En toen ik de volgende morgen kwam, wachtte mij een verrassing. Want zodra ik mijn gezicht aan Micola liet zien, begon hij te lachen. Voor het eerst! Hij begon me die dag ook steeds beter aan te kijken en een beetje te brabbelen.

Het was fijn om ook de kinderen van de anderen groepsleden te zien groeien in hun ontwikkeling. Om te zien hoe hun verwilderde ogen rustig werden. We zochten elkaar regelmatig in de zaaltjes op en zagen elkaar natuurlijk in de speelhoek. Ook met de Beregowo groep wisselden we ervaringen uit. In de weekenden trokken we er al groep op uit om iets van het land te zien. En doordeweeks bezochten we verschillende projecten van Oosteuropa Zending, zoals het straatkindertehuis, het familiehuis en het ouderenhuis.

Die laatste week zag ik om mij heen mooie dingen bij de kinderen. Maar toen kwam ook de laatste dag. En hoewel ik dacht dat het wel mee zou vallen, schoot er een groot brok in mijn keel toen ik de deur voor de laatste keer achter mij dicht trok. De tranen brandden achter mijn ogen. En ik niet alleen. Wij allemaal vonden het afscheid allemaal zwaar. En diep van binnen hoop je dat de kinderen zich iets van onze liefde zullen blijven herinneren. Hoewel je weet dat de goede dingen ook weer weg zullen zakken, als ze bijna geen persoonlijke aandacht meer krijgen. Want het personeel is niet gewend om de kinderen uit bed te halen. De flessen worden vaak op een kussen gegeven. En er wordt al helemaal niets gedaan om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling.

Toch weten we zeker dat de kinderen bekend zijn bij God en ook met die gedachte hebben we ze los kunnen laten. En gelukkig blijft Reina hen een dag per week opzoeken en in het najaar komen twee lange-termijnwerkers die ons werk voort zullen zetten.